Het ‘zes-staps’ vergevingsproces

Inleiding

In het zes-staps vergevingsproces laten we de inhoud van het op angst gebaseerde egodenksysteem aan een ander zien met als doel ons hiervan te laten bevrijden. Daarvoor is het nodig het ego volledig te omarmen, het moedig te onderzoeken en het pad door de tijd heen terug te volgen. Alleen dan kunnen we uiteindelijk de oorsprong blootleggen van dit misleidende, de werkelijkheid versluierende denksysteem. Wanneer we de oorsprong van onze pijn kunnen zien, zijn we in staat om met ons volle bewustzijn een andere keuze te maken dan we in het verleden hebben gemaakt. Wanneer we bij deze oorsprong aankomen is heling mogelijk en kunnen we de illusie tenietdoen dat angst toen gewerkt heeft, dat angst nu werkt en dat angst altijd werkt en dat de oorlog tegen onszelf en tegen anderen ook maar iets zou kunnen opleveren.

Het kan een extreem krachtig proces zijn, vooral wanneer we er meer ervaring mee hebben opgedaan. In heftige situaties kan het goed zijn om een derde persoon in te schakelen. Iemand die bekend is met het proces en het kan assisteren. De taak van deze assistent is om het verloop van het proces te coachen zodat alle stappen worden gevolgd en het proces ook op een juiste manier wordt beëindigd. Naarmate je vertrouwd raakt met dit proces zul je merken dat je als waarnemer van jezelf, goed in staat kan zijn dit proces individueel te doen.

De rollen in het vergevingsproces

Introductie

Het vergevingsproces vraagt de deelname van twee personen. Bevrijding is niet los verkrijgbaar. Beide hebben een eigen aandeel in het proces. De een wordt de verteller (persoon A), de ander wordt getuige (persoon B). Beiden krijgen de gelegenheid als verteller op te treden, maar het is essentieel tijdens het gehele vergevingsproces de rol van verteller en getuige tot het einde vast te houden.

In het vergevingsproces gaat het niet om discussie. De bedoeling is dat de verteller volledig de kans krijgt zich te uiten en zich daardoor te verbinden met zijn innerlijke wereld. De getuige luistert zonder oordeel en met volledige aandacht naar wat verteld wordt. Zo kan, in bijzijn van de getuige, het onderliggende, op angst gebaseerde egodenksysteem ontsluierd worden en uiteindelijk gecorrigeerd.

Wanneer het vergevingsproces gebruikt wordt om emotionele verwarring aan te pakken is het superieur aan discussie. In een discussie krijgt het ego namelijk de vrijheid de ander te overtuigen dat de oorzaak van innerlijke pijn van buiten komt. Ook is de kans groot dat we afdwalen in argumenten. Het ego geeft niets om waarheid, het wil alleen maar gelijk krijgen. En zolang het strijdtoneel buiten onszelf blijft, is een oplossing voor onze onvrede en emotionele verwarring onmogelijk. Belemmerende overtuigingen bevinden zich in ons. De structuur van het vergevingsproces brengt het strijdtoneel naar binnen omdat daar alleen de werkelijke oplossing ligt. 

De taak van de verteller

Het belangrijkste voor de verteller (persoon A) is bereidwillig te zijn. Bereidwillig om uiteindelijk de volledige verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen ervaringen en gedachten. Dit kan moeilijk zijn omdat het vergevingsproces vaak gepaard gaat met het uiten van heftige emoties en gevoelens.

Wanneer we geraakt worden door iets, begint ons ego op maximaal volume te roepen dat iets of iemand schuldig moet zijn aan onze onvrede. Het ego is vastberaden om deze onvrede en de daar achterliggende pijn en angst kwijt te raken door deze op iets of iemand buiten onszelf te projecteren. Het ego is bovendien een meester in liegen, bedriegen, manipuleren en achterhouden. En hoewel het tegen alles ingaat wat we in het verleden hebben geleerd, wordt de verteller gevraagd alle donkere hoeken van het egodenksysteem te onderzoeken en daarover ongecensureerd te rapporteren. Blijf daarom als verteller steeds bereid je volledig te uiten. De weg door de angstige schimmen en schaduwen van de ego illusies naar de Waarheid van God gaat recht­door, niet tegenstribbelend, ontkennend of door te doen alsof. Iedere vorm van uitvlucht komt voort uit angst en zal, als ze wordt toegelaten, het proces saboteren. Blijf vastberaden de verantwoording te nemen voor de projecties die het ego maakt door als verteller volledig eigenaar te zijn van je eigen ervaring. Want als wij geen eigenaar zijn van onze ervaring, hoe kunnen we die dan verande­ren? Bovenal, blijf vastbesloten in de wil voor bevrijding van belemmerende overtuigingen.

De Heilige Geest vraagt slechts dit van jou: breng Hem ieder geheim dat jij voor Hem hebt weggesloten. Open de deur voor Hem, en nodig Hem uit de duisternis binnen te komen en die door Zijn licht te laten verdwijnen. Op jouw verzoek komt Hij graag binnen. Hij brengt het licht naar jouw duisternis als jij de duisternis voor Hem openstelt. Maar wat jij verborgen houdt, kan Hij niet zien. Hij ziet voor jou, en Hij kan niet zien als jij niet samen met Hem kijkt (ECIW.T14.VII.6).

Het samen met Hem kijken brengt ons bij de taak van de getuige.

De taak van de getuige

De taak van de getuige (persoon B) is om met alle aandacht de waarheid in het vizier te houden. De getuige hoeft slecht de waarheid over de verteller vast te houden:  dat deze onschuldig is, van deze waarheid innerlijk getuigen en deze ondersteunen zonder te reageren anders dan op de voorgeschre­ven manier.

Met name tijdens de eerste stap van het vergevingsproces, als de verteller zijn gedachten eerlijk en ongecensu­reerd weergeeft, kan de taak van de getuige om geen deel te nemen aan de projectie enorm zijn. Het kan gebeuren dat, door wat de verteller naar voren brengt, een gevoelige snaar van de getuige wordt geraakt. Voor de getuige is de grote uitdaging in het oog te houden dat hijzelf en de ander onschuldig is en niet de projectie op te pakken en zich aangevallen te voelen. Er zijn immers twee egodenksystemen nodig om een illusie echt te doen lijken.

Wanneer je als getuige een spiegel wilt zijn voor de verteller, probeer dan een plek in jezelf te vinden waar jij jouw reacties kan bekijken en even bewaren zonder er direct op te hoeven reage­ren. Het gaat daarbij niet over onderdrukken of ontkennen. Het gaat er om ze tijdelijk terzijde te plaatsen totdat er later tijd is om er wat mee te doen. Het doel van het vergevingsproces is voor beide personen om door illusies heen te gaan naar de daaronder liggende Waarheid. Wanneer je als getuige wordt ge­raakt, houd je dan voor dat iedere reactie van jouw kant alleen maar gebruikt zal worden als bevestiging van de illusie. Weet ook dat jij later als verteller mag optre­den.

Door de weigering in te gaan op het verhaal van de verteller, geeft de getuige de verteller de ruimte die nodig is om zich stap voor stap uit het misleidende egodenksysteem te bevrijden en daarmee terug te keren naar Waarheid. Het slagveld blijft binnenin, waar het kan worden getransformeerd. Dit is onmogelijk in de discussie.

De stappen van het vergevingsproces

Het begin: de intentieverklaring

Wanneer twee personen samenkomen om te werken met dit vergevingsproces, spreken verteller en getuige na elkaar de volgende woorden hardop uit: “Ik ben bereid jou, mijzelf en ieder ander als onschuldig te zien. Hierin ligt mijn bevrijding.” Deze woorden behoren, terwijl men elkaar aankijkt, rustig en met aandacht uitgesproken te worden zodat de intentie die er in ligt voelbaar wordt. Het oogcontact tussen de verteller en de getuige is essentieel om in het hier en nu in verbinding met elkaar te blijven. Alleen in het hier en nu is bevrijding mogelijk.

Door het uitspreken van deze zin begint het vergevingsproces met een intentie van bereidheidwilligheid. De bereidheidwilligheid om het eigen gelijk en de controle los te laten en in plaats daarvan waarheid te willen zien. Het is bij het uitspreken van deze intentie niet noodzakelijk de inhoud van de intentie te geloven, alleen het met aandacht uitspreken is voldoende. Waarheid heeft ons geloof niet nodig. Waarheid is. Soms kunnen deze weinige woorden in een beladen situatie ogenblikkelijk een krachtig bevrijdend effect hebben. In deze woorden wordt eigenlijk het hele vergevingsproces in zijn kern weergegeven: de essentie van de Zoon van God is onschuld en liefde.

Stap 1: Aanval en beschuldiging

Met de eerste stap in het vergevingsproces zet de verteller het masker volledig af. De verteller wijst vanuit een positie van aanval en beschuldiging met de vinger naar de ander, naar zichzelf, naar de wereld of naar God. Ontkenning dient in deze stap volledig te worden omgedraaid. Hier is totale eerlijkheid vereist. De verteller deelt met de getuige zijn huidige gedachten van aanval en beschuldiging met bijbehorende emoties als boosheid, walging, woede en frustratie. Het past hier niet bescheiden te zijn of beschaafd te doen, de verteller probeert hier ongekend eerlijk met zichzelf en de getuige te zijn. Elke graad van in de war zijn, of het nu een rimpeling van ongemak is of een volslagen hysterische aanval, is altijd een aanwijzing dat een op angst gebaseerde overtuiging van het ego is geactiveerd.

De Cursus doorziet de ware aard en bedoeling van het ego en biedt het ego met stap 1 de kans om het volgende te demonstreren:

De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen, en maakt ze heel vals, en vergunt ze alleen zich te goed te doen aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen enkele flinter schuld ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden. ECIW T19.IV.12

In dit verband kan het zeer behulpzaam zijn wanneer de getuige daadwerkelijk wordt aangesproken met de naam van degene op wie de aanval en beschuldiging is gericht. De getuige is in stap 1 de ‘stand in’ op wie de verteller de aanval en beschuldiging projecteert.

Hoewel deze stap vaak niet als prettig en beschaafd wordt ervaren is het voor de vervolgstappen belangrijk dat contact wordt gemaakt met emoties die bij aanvallen en beschuldigen horen. Met andere woorden, de boosheid, walging, haat, woede of frustratie van de verteller moeten voor de getuige voelbaar zijn. We spreken hier van emoties omdat de energie naar buiten is gericht. Het Engelse woord voor emotie is ‘emotion’ wat wij hier creatief vertalen als ‘energy in motion’ (energie in beweging). Deze emotionele energie hebben we nodig voor het afzetten van ons masker om daarmee de poort naar binnen te openen. Aan de getuige de taak bij zichzelf te blijven door van binnen een neutrale houding aan te nemen en van buiten het verbale geweld van de verteller aan te moedigen door steeds te antwoorden met “Is er meer?” Het kan voor de verteller zeer behulpzaam zijn door de aanval en beschuldiging ook met lichaamstaal te ondersteunen door bijvoorbeeld te wijzen, met stemverheffing te spreken of bij boosheid met een voorwerp op een kussen te slaan. Voor veel vertellers is het een compleet nieuwe ervaring voor de eerste keer in hun leven werkelijk alle ruimte en toestemming te krijgen voor boosheid, grieven, oordelen en beschuldigingen zonder te worden veroordeeld.

VOORBEELD

Verteller:              Ik wil je vertellen dat ik kwaad ben omdat je gisteravond weer te laat was.
Getuige:                Is er meer?
Verteller:              Ja, ik haat je iedere keer dat je me negeert.
Getuige:                Is er meer?
Verteller:              … Enzovoort.

Emoties van aanval en beschuldiging zijn onder andere boosheid, walging, haat, woede en frustratie.

De energie die met aanvallen en beschuldigen gepaard gaat, raakt op een natuurlijke manier uitgeput als het alle ruimte krijgt. Wanneer de emotionele lading grotendeels is opgelost kan over worden gegaan naar stap 2 waar contact wordt gemaakt met de gevoelens die daaronder liggen. Deze gevoelens zijn een poort naar het verleden, naar de tijd en plaats waar de projectie ontstond.

Stap 2: Verbinden met het kwetsbare zelf

De verteller treedt nu zijn eigen binnenwereld binnen en verbindt zich met het kwetsbare zelf. Hier zijn de poorten van de hel die jij achter je gesloten hebt, om in waanzin en in eenzaamheid over je speciale koninkrijk te regeren, los van God, weg van de waarheid en van verlossing (T24.III.13:4). Met stap 2 staan we volgens de Cursus aan de poort naar de werkelijke oorzaak van de aanval en beschuldiging. Door via die poort te gaan maken we contact met basisgevoelens zoals angst, verdriet, eenzaamheid, wanhoop en schaamte. Gevoelens die zijn veroorzaakt door ons geloof dat we niet goed zijn, dat we anders zijn, afgesneden van het leven, de liefde en God.

Het is belangrijk dat wanneer we een gevoel hebben blootgelegd, dat gevoel de kans krijgt ons te leiden naar de oorspronkelijke gebeurtenis waaruit de projectie van stap 1 ontstond. Als deze bron van de projectie niet wordt gevonden, zal het vergevingsproces niet werken. Hoewel Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk zo simpel klinkt, is het niet gemakkelijk om het waarlijk toe te passen. De Cursus zegt niet dat we ‘af en toe’ onvrede voelen om de reden die we denken, er staat dat we nóóit onvrede voelen om de reden die we denken. Deze gevoelens worden altijd veroorzaakt door onze gedachten die horen bij gebeurtenissen uit het verleden.

De Cursus noemt dit onze schaduwfiguren uit het verleden en geeft hierover een heldere opdracht:

Juist aan de schaduwfiguren uit het verleden moet jij zien te ontkomen. Ze zijn niet werkelijk en hebben geen vat op jou, tenzij jij ze met je meebrengt. Ze zijn drager van de pijnplekken in je denkgeest, en zetten jou in het heden tot de aanval aan als vergelding voor een verleden dat er niet meer is. En dit is een keuze voor toekomstige pijn (T.13.IV.6).

Gebeurtenissen en personen uit het verleden kunnen bij de verteller opnieuw emoties zoals bijvoorbeeld woede met zich meebrengen. Hoewel we woede kunnen voelen, is woede geen basisgevoel maar een emotie die op iets of iemand buiten de verteller is gericht. De getuige moet zich dan realiseren dat de verteller terug is gegaan naar stap 1 en behoefte heeft om opnieuw aan te vallen en te beschuldigen. De taak van de getuige is de verteller hiervoor alle ruimte te geven tot de verteller weer contact maakt met het kwetsbare zelf uit stap 2.

VOORBEELD:

Verteller:              Ik wil je vertellen dat onder mijn aanval, ik me eigenlijk eenzaam voel.
Net als toen mijn vader mij verliet toen ik 6 jaar was.
Getuige:                Ik hoor je. Is er meer?
Getuige:                Ik hoor dat jij je zo eenzaam voelt net als toen je vader je verliet. Is er meer?

Gevoelens van het kwetsbare zelf zijn schuld, verdriet, angst, eenzaamheid en schaamte.

Wanneer het niet direct lukt om contact te maken met de achterliggende gebeurtenissen wordt verder gegaan met een volgend gevoel. Als ook hierbij geen situatie gevonden wordt, blijft de verteller het gevoel herhalen, en voegt daaraan toe: “net als toen ……., ik weet het niet.” Doordat de verteller zegt het niet te weten ontstaat bereidwilligheid een antwoord van binnen te horen. De getuige moet hier geduld beoefenen en de verteller de ruimte geven bewust te worden van de herinnering aan de gebeurtenis uit het verleden.

VOORBEELD:

Ik wil je vertellen dat onder mijn aanval, ik mij eenzaam voel net als toen.…. ik weet het niet.
Ik wil je vertellen dat onder mijn aanval, ik mij eenzaam voel net als toen….. ik weet het niet.
Ik wil je vertellen dat onder mijn aanval, ik mij angstig voel net als toen vader en moeder ruzie maakten.

De verteller gaat in bovenstaand voorbeeld verder terug in de tijd naar de periode voor zijn vader vertrok en maakt daar contact met de angst die door de ruziënde ouders werd opgeroepen.

“Net als toen ……” kan de verteller terugbrengen naar gevoelens die verband houden met gebeurtenissen uit de aller-vroegste levensjaren. Het probleem dat zich dan voordoet is dat wel contact kan worden gemaakt met het gevoel maar de feitelijke gebeurtenis niet onder woorden kan worden gebracht. De reden daarvoor is dat de verteller in die periode van zijn leven nog niet de beschikking had over taal waardoor de gebeurtenis en de onderliggende overtuigingen onbewust blijven. In deze gevallen kan het behulpzaam zijn onder professionele begeleiding meer lichaamsgerichte processen toe te passen. Het doel hiervan is contact te maken met de in het lichaam opgeslagen emoties en gevoelens die verbonden zijn met de feitelijke gebeurtenis. Vaak kan dan spontaan contact worden gemaakt met de onderliggende gedachten en overtuigingen uit stap 3.

Stap 3: Overtuigingen opzoeken

Op het moment dat de achterliggende gebeurtenis in stap 2 bewust geworden is, verschuift de oorsprong van het probleem. In plaats van iemand in het heden de schuld te blijven geven (stap 1) of in de gevoelens van (stap 2) te blijven hangen, wordt in stap 3 de overtuiging opgezocht die de verteller in het verleden zelf heeft gemaakt of aangenomen. Hiermee wordt de oude programmering gevonden: dit was mijn conclusie aan de hand van de gebeurtenis (stap 2) en die conclusie ben ik gaan geloven en is mijn overtuiging geworden. Een overtuiging over mijzelf, de ander, de wereld of God.

In deze stap ontdekt de verteller overtuigingen die voorheen verborgen waren in de duisternis van het eigen egodenksysteem. De verteller is door de aanwezigheid van de getuige niet alleen. Door de Heilige Geest, in de vorm van de aanwezige getuige, wordt de verteller uitgenodigd: breng Hem ieder geheim dat jij voor Hem hebt weggesloten. Open iedere deur voor Hem, en nodig Hem uit de duisternis binnen te komen en die door Zijn licht te laten verdwijnen. Op jouw verzoek komt Hij graag binnen. Hij brengt het licht naar de duisternis als jij de duisternis voor Hem openstelt. Maar wat jij verborgen houdt, kan Hij niet zien. Hij ziet voor jou, en Hij kan niet zien als jij niet samen met Hem kijkt (T14.VII.6).

VOORBEELD:

Verteller:              Toen heb ik mezelf over mijzelf verteld, dat ik waardeloos ben.
Getuige:                Ik hoor je. Is er meer?
Verteller:              Toen heb ik mezelf verteld dat mijn moeder niet van mij houdt.
Getuige:                Ik hoor je. Is er meer?

Verteller:              Toen heb ik mezelf verteld dat de wereld een gevaarlijke plaats is.
Getuige:                Ik hoor je. Is er meer?

Verteller:              Toen heb ik mezelf verteld dat God onrechtvaardig is.
Getuige:                Ik hoor je. Is er meer?

 

 

De getuige kan een moment nemen om deze overtuiging(en) op te schrijven.

Overtuigingen over de ander, de wereld en God zijn veelal terug te brengen naar overtuigingen over het zelf. Het zelf in de zin van zelfconcept. Bijvoorbeeld ‘dat mijn moeder niet van mij houdt’ kan voor mij betekenen dat ik niet de moeite waard ben. ‘Dat de wereld een gevaarlijke plaats is’ kan voor mij betekenen dat ik niet veilig ben. ‘Dat God onrechtvaardig is’ kan voor mij betekenen dat ik verloren kan gaan en daarmee al verloren ben.

Dergelijke overtuigingen in de vorm van zelfconcepten zijn het meest invloedrijk en veelal diep verborgen in het egodenksysteem. Wanneer deze onware zelfconcepten niet naar het licht worden gebracht blijven ze hun belemmerende invloed uitoefenen in alle aspecten van ons leven. Aan de getuige de taak bij voorkeur de verteller stap 3 te laten beëindigen met een overtuiging over het zelf zoals in de zin “Toen heb ik mezelf over mezelf verteld dat ik niet de moeite waard ben.” 

Stap 4: Overtuigingen tonen

In stap 4 nemen we de projectie terug die we in Stap 1 hebben neergezet. Stap 4 is belangrijk om verschillende redenen. Ten eerste is het essentieel om de volledige verantwoording te nemen voor onze eigen gedachten. Op die manier nemen we onze kracht weer terug doordat duidelijk wordt dat we onmogelijk het slachtoffer kunnen zijn van een macht buiten onszelf. Ten tweede komt de uiteindelijke bevrijding niet door het terugnemen van de projectie of het uiten van nare gevoelens, maar door het corrigeren (stap 5) van de onderliggende, op angst gebaseerde overtuigingen die de basis vormen van de projectie en de oorzaak zijn van de gevoelens van onvrede.

In stap 4 vraagt de verteller vergeving voor de overtuigingen die zichtbaar gemaakt zijn in stap 3. Het is belangrijk om in het oog te houden dat de verteller vergeving vraagt voor wat hij gelooft over een bepaalde situatie. Het gaat niet om het vergeven of vergeten van de concrete gebeurtenissen. Wat gebeurd is, is gebeurd. De aandacht moet worden gevestigd op overtuigingen, niet op handelingen of gedragingen. Bevrijding is alleen mogelijk wanneer we door het doolhof van de egoverwarring terugkomen bij de onderliggende overtuigingen.

Bijvoorbeeld de zin: “Ik ben bang omdat ik denk dat je me zal verlaten” is niet nog niet de kern. Hoewel dit zou kunnen gebeuren, is dit niet waar het om gaat. Als de verteller in dergelijke beelden over gebeurtenissen terecht komt, voegt de getuige eenvoudig de vraag “omdat……..?” aan de zin van de verteller toe. Hiermee vraagt de getuige aan de verteller naar wat het zou betekenen als dat gebeurt. De verteller zou dan bijvoorbeeld antwoorden met “omdat ik denk dat ik helemaal alleen ben.” De gedachte ‘helemaal alleen te zijn’ is een overtuiging. Vervolgens is het de bedoeling dat de verteller de volledige verantwoordelijkheid neemt voor de in het verleden gemaakte overtuiging door deze in het hier en nu opnieuw in overweging te nemen. Het besef dat in het verleden een vergissing is gemaakt is voor veel vertellers niet gemakkelijk te accepteren. Met de bewustwording van de oorspronkelijke vergissing wordt de verteller ook bewust van de soms pijnlijke en kostbare gevolgen die dit heeft gehad door de jaren heen.

Onze overtuigingen maken onze waarneming. Door ons te bevrijden van belemmerende en onware overtuigingen, veranderen onze gedachten en daarmee onze gevoelens en vervolgens onze waarneming. Daarmee verandert ons leven. De getuige in Stap 4 antwoordt met: ‘Dank je’.

VOORBEELD

Verteller:              Ik wil je vertellen dat ik deze relatie heb gebruikt om mijn overtuiging te bewijzen dat ik waardeloos ben. ………….. en ik heb mij vergist.
Getuige:                Dank je.

 

Stap 5: Bevrijding

Deze stap is waar het uiteindelijk om draait en waarvoor met de intentie aan het begin van dit proces bereidwilligheid is getoond. Hier verbinden de verteller en de getuige zich met elkaar om terug te keren naar Waarheid en Liefde. De Cursus zegt dat we de Waarheid alleen kunnen ervaren en niet kunnen beschrijven. De Waarheid ontvangen wij van God. Voor de getuige vraagt dit geduld. Geduld om de verteller de tijd te geven de Waarheid van binnen te ontvangen. Dan zal er een stukje van het geloof in afscheiding ongedaan worden gemaakt en maakt de verteller een stap in de richting van zijn eigen heelwording.

Deze stap maakt dat we aan de schaduwfiguren uit het verleden kunnen ontkomen:

Wees bereid de Zoon van God te vergeven voor wat hij niet heeft gedaan. De schaduwfiguren zijn de getuigen die jij met je meebrengt om aan te tonen dat hij gedaan heeft wat hij niet heeft gedaan. Omdat je ze meebrengt, zul je ze horen. ….. Zij vertegenwoordigen het kwaad waarvan jij meent dat het jou werd aangedaan. Je brengt ze alleen met je mee om kwaad met kwaad te kunnen vergelden, in de hoop dat hun getuigenis jou in staat zal stellen een ander schuldig te bevinden zonder jezelf te schaden (ECIW T.17.III).

In stap 5 herhaalt de verteller zijn onware overtuiging en laat hier Waarheid voor in de plaats komen. De getuige moet aandacht hebben voor een aantal valkuilen in deze stap. Waarheid vraagt om een positieve formulering omdat ons denken niet goed kan omgaan met het woord niet. De bekende: “denk niet aan roze olifanten” roept direct een hele kudde roze olifanten op. Zeg niet “help me de waarheid herinneren dat ik niet waardeloos ben”, maar zeg “help me de waarheid herinneren dat ik waardevol ben”.

Wanneer zich bij de verteller niet een reactie van bevrijding en opluchting voordoet bij het uitspreken van de waarheid, kan de getuige vragen hoe het voelt. Soms dient de verteller de waarheid opnieuw te formuleren voordat een gevoel van innerlijke herkenning ontstaat. De getuige moet zich bewust blijven dat de verteller de Waarheid van binnen moet ontvangen en dat deze niet moet worden gegeven door een overenthousiaste getuige. Realiseer je dat wat voor de getuige overduidelijk voor de hand kan liggen een blinde vlek kan zijn voor de verteller. Geduld is hier een schone zaak. Ook is het hier belangrijk dat verteller en getuige oogcontact onderhouden. Wanneer we wegkijken verliezen we contact met het heden en glijden terug in het verleden. Door gespitst te zijn op het heden creëren we de opening naar de waarheid die alleen in het nu ervaren kan worden.

VOORBEELD

Verteller:             Wil jij mij helpen mijn overtuiging los te laten dat ik waardeloos ben en de Waarheid herinneren dat ik waardevol ben (ongeacht wat ik denk, zeg of doe).
Getuige:                Ik wil je helpen de Waarheid herinneren dat jij waardevol bent.
Wil je mijn hulp accepteren?
Verteller:              Ja, ik wil dat accepteren.

De getuige geeft in Stap 5 de uitgesproken intentie terug. Daarbij zal hij vragen of de verteller in staat is om hulp te accepteren bij het herinneren van de waarheid. De verteller probeert hierbij in alle eerlijkheid te kijken (te luisteren) naar wat is gezegd. Het verwoorden van de waarheid “ik ben waardevol” is wat anders dan dit ook werkelijk voelen en accepteren. Wanneer de verteller in staat is de waarheid te accepteren, antwoordt deze met “Ja, ik wil dat accepteren”.

Wil de verteller het niet accepteren, dan neemt de getuige de laatste stap. De getuige moet er attent op zijn dat de verteller ‘willen’ gebruikt en niet ‘kunnen’. Wanneer de verteller het niet kán accepteren, vervolgt de getuige de zin met “omdat ….?” De verteller wordt daarmee uitgenodigd terug te keren naar het niveau van de overtuigingen om te ontdekken wat de reden is dat hij het niet kan. Het kan zijn dat een nieuwe overtuiging wordt ontdekt. Het is de taak van de getuige de verteller uit te nodigen naar stap 4 te gaan.

Wanneer de verteller werkelijk niet wil, neemt de getuige de waarheid voor de verteller aan. Hij zegt: “ik accepteer voor jou dat jij waardevol bent.” Natuurlijk is het daarbij van belang dat de getuige zich in staat voelt om voor de verteller deze laatste stap te zetten. De ontstane helderheid in de situatie en de door de verteller getoonde moed, maken dit zeker gemakkelijker.